Column

De sacraliteit van het antwoordmodel

Een fascinerende observatie die ik onlangs met een collega deed, is dat studenten het antwoordmodel een sacrale status toedichten. Ik heb veel werkgroeponderwijs aan de rechtenfaculteit gegeven en er gaat geen vak voorbij of studenten vragen mij of een antwoordmodel beschikbaar is voor de werkgroepvragen. Vooral bij het inleidende vak dat voor eerstejaarsstudenten gegeven wordt, is dat een steeds wederkerende vraag. De verklaring lijkt eenvoudig: studenten willen graag thuis de antwoorden op de vragen in alle rust nalezen om te controleren of zij de stof echt begrepen hebben. Nee, zo eenvoudig is de hunkering naar het antwoordmodel niet te verklaren. Wat je namelijk als docent uitspreekt, is vrijwel altijd een met voorbeelden en uitleg verrijkte versie van het meestal in steekwoorden vervatte antwoord dat op het antwoordmodel te vinden is. De verklaring die ik met mijn collega heb opgesteld voor het grote verlangen naar een antwoordmodel is de vreemde gedachte van studenten dat het antwoordmodel niet door jou als docent is opgesteld, maar een hogere wijsheid bevat. Niet je docent heeft in een doorwaakt nachtelijk uur achter zijn computer nog even een antwoordmodel eruit gewerkt, maar opeens – als bij een goddelijke openbaring – verscheen het antwoordmodel aan het daglicht.

De sacraliteit die studenten aan het antwoordmodel toedichten, is een universeel verschijnsel bij teksten die op een bepaald moment als autoritair beschouwd worden; zij worden niet meer als het product van een mens gezien. Neem de Romeinse Twaalftafelenwet of Mozes met zijn Tien geboden: zij worden als een hogere waarheid beschouwd die in het geval van bij Mozes direct van God stamt. Dit zelfde fascinerende fenomeen zie je bij wetgeving. Iemand die dat naar mijn mening het beste illustreert is verkeersofficier van justitie mr. Koos Spee in het programma Wegmisbruikers op SBS6. In dat programma worden de beelden van gezapige politieachtervolgingen afgewisseld met ingestudeerde sketches. De presentator André van der Toorn voert een van te voren voorgekookt gesprek met mr. Koos Spee. Dat zijn heerlijke dialogen, niet in de laatste plaats omdat je als kijker weet dat de kleine Van der Toorn op een kratje staat om in één shot met Spee gevangen te kunnen worden. Van der Toorn speelt in die gesprekken de ‘man van de straat’ die zijn standpunt op gezond verstand baseert. Een typisch gesprek gaat als volgt: ‘Koos, waarom is het nu verboden om ’s nachts niet harder dan 120 km/h over een lege snelweg te rijden? 160 km/h moet toch ook kunnen; je brengt toch niemand in gevaar?’ Spee antwoordt: ‘Nu André, de wetgever heeft niet voor niets bepaald dat er een maximumsnelheid op de autosnelweg geldt die ’s nachts net zo goed als overdag ingehouden moet worden; harder rijden betekent meer milieuvervuiling en daarnaast zitten veel automobilisten ’s nachts minder geconcentreerd achter het stuur. Daarom houdt de wetgever ook ’s nachts vast aan de maximumsnelheid van 120 km/h.’

Elke aflevering weer motiveert mr. Koos Spee zijn repliek op Van der Toorns gezonde verstand-argumenten met een beroep op ‘de wetgever’. Maar waarnaar verwijst Spee als hij het over de wetgever heeft en waarom is zijn antwoord op zijn minst op het eerste gezicht overtuigend? Waarom zegt mr. Koos Spee niet: ‘ik vind het onverantwoord om ’s nachts sneller dan 120 km/h over de snelweg te rijden en daarom wordt u bekeurd’? Dit is om dezelfde reden waarom studenten meer gezag aan het antwoordmodel toekennen dan aan de als – persoonlijk en daarmee als willekeurig beschouwde – mening van de docent wat het juiste antwoord moet zijn. Het is een mysterieus sociaalpsychologisch feit dat wij ons veel dingen laten aanpraten, mits wij niet het idee hebben dat het de willekeur van een enkeling is die ons iets verbiedt of tot een bepaalde handeling verplicht. En ik moet toegeven: mr. Koos Spee maakt daar met zijn beroep op ‘de wetgever’ slim gebruik van. Maar als docent vind je het helemaal niet leuk dat studenten meer waarde aan een antwoordmodel hechten dan aan jouw woorden die toevallig niet op papier staan. Daarom een goede tip aan alle (toekomstige) docenten: laat nooit doorschemeren dat er een antwoordmodel in omloop is. Dan zullen studenten vanzelf de waarheid bij u komen halen.

Jeroen Kiewiet