Column

Toen ik nog studeerde, was het altijd een grote uitgave om elk jaar weer 100 gulden – of later 45 euro – neer te leggen voor een nieuwe wettenset. Nu ik aan een rechtenfaculteit werk, heb ik hier geen last meer van: in vergelijking met mijn studententijd verdien ik nu een zeer riant salaris en docenten genieten ook een aantal voorrechten: zo hoeven wij niet te betalen voor de wettenbundels! De twee grote uitgeverijen sturen ons elk jaar de wettensets op of we krijgen een afhaalbewijs waarmee je bij een boekenwinkel gratis een wettenset kunt afhalen.

Wat is nu het grote probleem, dat al die docenten ondervinden, die overstelpt worden met gratis wettenbundels? Het grote probleem is, wat te doen met die enorme hoeveelheid papier die met de komst van de nieuwe wettenbundels elk jaar weer overbodig wordt. Iemand zou tot een onthutsende conclusie komen, als hij een inventarisatie zou maken, hoeveel niet meer actuele wettenbundels in een doorsnee rechtenfaculteit rondzwerven. Op elke werkkamer – in de Utrechtse rechtenfaculteit althans – staan minstens vijf oude wettenbundeledities (dit is een zuinige schatting, gebaseerd op een steekproef op mijn afdeling). In Utrecht zijn ongeveer vierhonderd wetenschappelijk medewerkers. Gemiddeld delen twee medewerkers een werkkamer. Dit betekent dat op zijn minst 1000 niet meer te gebruiken wettenbundels alleen al op de Utrechtse rechtenfaculteit rondzwerven. Een wettenset telt ongeveer 5000 pagina’s. Zeker een half miljoen pagina’s niet meer gelezen wettekst zwerven dus op onze faculteit rond!

De grote vraag is nu: wat te doen met die niet meer gebruikte wettenbundels? Een kleine enquête onder mijn collega’s wijst het volgende uit: de meest geliefde toepassing van niet meer gebruikte wettenbundel is het gebruik als ergonomisch hulpmiddel. Dit kan op twee manieren. Ten eerste vertellen veel collega’s, dat zij wettenbundels gebruiken als voetensteun. Twee wetboeken worden aan elkaar vast getapet en vervolgens kun je de voeten op een comfortabele verhoging laten rusten. Ten tweede kunnen wettenboeken een ergonomisch doel dienen door ze te gebruiken om de bureaus mee op te hogen. Dit schijnt echter veel minder vaak voor te komen, dan het gebruik van wettenbundels als voetensteun. Een voorlopige conclusie luidt, dat kennelijk meer collega’s hun bureau eerder te hoog dan te laag vinden. Overigens moet worden aangemerkt, dat dit tot nog toe meest populaire gebruik van oude wettenbundels steeds meer afneemt: veel afdelingen zijn inmiddels uitgerust met in hoogte verstelbare bureaus. Dit heeft weer als nadeel, dat als je – zoals ik – een kamer met een erg kleine kamergenote deelt, je niet achter het bureau van een ander kunt werken als dat om wat voor reden dan ook nodig zou zijn. Om dit nadeel te ondervangen, zou ik pleiten voor een rehabilitatie van de oude wettenbundel als uitermate flexibel ergonomisch hulpmiddel.

Maar andere toepassingen van de wettenbundels worden ook genoemd: zo is de wettenbundel genoemd als voer voor de allesbrander. Vooral in kredietcrisistijden schijnt dit een populaire toepassing te zijn en als een wettenbundel een aantal jaren gestaan heeft, is de verbrandingswaarde zeker niet te onderschatten. Daarnaast is het mogelijk wettenbundels aan kennissen te geven, die ooit een juridisch problemen aan je hebben voorgelegd. Geloof me: na ontvangst van de wettenbundel is hun interesse voor juridische kwesties meestal definitief voorbij. Het is daarmee een geliefde strategie van mij om kennissen af te slaan, die denken dat ik, omdat ik ooit inleiding arbeidsrecht als verplicht doctoraal vak heb moeten volgen, meteen een expert zou zijn en terstond vragen over hun opzegtermijn van hun baan, ontslagvergoeding en mogelijke gevolgen voor hun pensioenopbouw zou kunnen beantwoorden.

Mocht je je favoriete reïncarnatiewijze van oude wettenbundels gemist hebben, dan bent je van harte uitgenodigd om mij daarover in te lichten door middel van het schrijven van een e-mail naar vnw@sdu.nl, ter attentie van J. Kiewiet. Onder de leukste inzendingen verloot ik een enkele toepasselijke prijzen; ik heb er nog een paar staan …

Jeroen Kiewiet