Column

Rechtbanken en hoven verlangen van advocaten dat ze efficiënt en vlot procederen

Nog niet zo lang geleden kon in civiele procedures door de advocaat eindeloos om aanhouding worden verzocht voor het nemen van conclusies. Tegenwoordig is dit geheel anders. Rechtbanken geven advocaten geen, dan wel een kort uitstel voor het indienen van conclusies. En dan nog uitsluitend als er sprake is van een dringende reden.

In strafzaken is dit niet anders. Verzoeken van advocaten om de behandeling van strafzaken uit te stellen worden zelden of nooit gehonoreerd, ‘omdat de agenda van de Rechtbank dit niet toelaat’.

Logisch, rechtzoekenden en verdachten hebben recht op een vlotte behandeling van hun zaak én op een spoedig oordeel van de rechter. Aan dit laatste schort het de laatste tijd nogal. Niet omdat advocaten niet slagvaardig optreden of op oneigenlijke gronden de behandeling van een zaak rekken, maar omdat de rechter in gebreke blijft.

Strafzaken waarin onderzoeken zijn afgerond en die panklaar zijn om te worden behandeld, worden in toenemende mate ‘pro forma’, oftewel niet inhoudelijk behandeld. Dit vanwege capaciteitsproblemen bij de strafkamers. Zodoende worden strafzaken niet zelden buiten de, door de wetgever, voorgeschreven termijn behandeld.

Hoewel dergelijke vertragingen niet aan de verdachte zijn toe te rekenen, blijft deze in die gevallen wel gevangen. Een onverkwikkelijke situatie. Strafrechters lopen hiermee niet te koop en zijn doorgaans zeer terughoudend met de vermelding dat het capaciteitsprobleem reden is voor aanhouding. Logisch, want dit is voor een verdachte toch eigenlijk niet te begrijpen en nog moeilijker te verteren.

In civiele zaken is het tekort aan rechters inmiddels zo hoog opgelopen dat de rechtbank kennelijk niet anders kan dan met haar billen bloot te gaan door van dit capaciteitsprobleem expliciet melding te maken in haar vonnissen. Ik citeer uit een vonnis:

“beslissing: de rechtbank: alvorens verder te beslissen beveelt de rechtbank het verschijnen van partijen zelf, rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd, en hun raadslieden met als doel het hiervoor overwogene. Wegens een tijdelijk tekort aan rechterlijke capaciteit in civiele zaken zullen zittingsdatum en -tijd en de naam van de rechter op een later tijdstip worden bericht.

De rechtspraak in Nederland lijkt aldus beland te zijn in een situatie die in een bananenrepubliek niet zou misstaan. Laat de Tweede Kamer iets aan dit probleem doen in plaats van inhoudelijk kritiek leveren op vonnissen van rechters die, zo kan ik me voorstellen, zich juist door de politiek in de steek gelaten voelen.


Dhr. Westendorp, strafrechtadvocaat

Ad Westendorp is partner bij het advocatenkantoor Westendorp en Looman in Den Haag en is sinds 1984 advocaat.