Column
SPAGAAT!Time flies when you are having fun en aan al het goede komt een eind, zijn twee zegswijzen die absoluut van toepassing zijn op je studententijd. Kersvers van de middelbare school stap je zo ergens eind augustus je nieuwe leventje in, beginnend met de KEI, El Cid of anders genoemde introductieweek, om vervolgens begin september de eerste schreden te zetten op je academische loopbaan. Je bent enthousiast en je eigen verwachtingen zijn hoog gespannen, zo niet die van je omgeving nog hoger. Je wordt van die club lid, zet je daar een beetje actief in en haalt de ECTS waar nodig. Gaandeweg doemt de vraag op, bij rechten al eerder dan bij andere studies, wat te doen na die studententijd die voor jouw gevoel nog maar net begonnen is. Een spagaat kan ontstaan.
Even terug naar die verwachtingen. Hoewel je je natuurlijk net een aantal jaren krachtig hebt afgezet tegen alles wat als ouderlijk gezag heeft te gelden en je blij bent nu echt op eigen benen te staan, zullen er ongetwijfeld wat verwachtingen zijn meegegeven. Ze hopen dat je de goede studie hebt gekozen, dat je niet te veel zult drinken, beetje goed gaat koken en natuurlijk thuis regelmatig over mooie, behaalde cijfers komt berichten. De relativiteit waarmee je deze verwachtingen gezien de zojuist voorbije jaren opneemt, maakt dat de druk nog niet enorm toeneemt. Anders is dat wellicht voor de verwachtingen die de studentengemeenschap stelt. Wellicht onder het voorwendsel van een goed cv, zou je toch eigenlijk wel deze of die commissie moeten doen, in dat prominente huis moeten gaan wonen of nog een avond per week extra besteden aan club of dispuut. Rode draad in dit verwachtingspatroon is dat in ieder geval de alcoholconsumptie omhoog moet en dat het vooral gezellig moet zijn. Niet heel veel later, zeker bij rechten, begint dan ook die arbeidsmarkt al voorzichtig aan je te trekken. Je ouders, de vereniging en eigenlijk de hele studentengemeenschap verlangen immers van je dat je je gezicht laat zien op de door medestudenten georganiseerde banenmarkten om te zien wat er zoal te koop is na je afstuderen en toch vooral te ‘netwerken’. Ondanks het feit dat je hier vaak met de eerder genoemde rode draad op het andere verwachtingspatroon verder kunt borduren, menig studenten recruitmentevenement wordt immers afgesloten met een borrel, bekruipt je toch een vreemd gevoel. De spagaat is daar. Wat doe je daar eigenlijk als derdejaars met een brak hoofd van de vorige avond op een evenement waar louter over je toekomst wordt gesproken, terwijl jij pas net je ‘p’ hebt aangevraagd?
Juist dat laatste feit zorgt ervoor dat ook vanuit een andere hoek nog maar weer eens een verwachtingspatroon wordt opgedrongen. Van de universiteit heb je inmiddels namelijk al meerdere keren een brief mogen ontvangen of het allemaal wel goed gaat en of je geen hulp nodig hebt bij het studeren. Voorlopig voldoe je daar namelijk nog niet echt aan de verwachtingen. In Den Haag zijn ze dan zo leuk om daar ook nog maar eens wat financiële consequenties aan te verbinden. Je had het je tot dan toe waarschijnlijk nog niet zo erg gerealiseerd, mede gezien het feit dat vanaf jaar 1 al maximaal wordt bij- geleend en de basisbeurs dus maar een klein deel is van wat de IBG (tegenwoordig DUO geheten) maandelijks bijschrijft, maar die bron is niet onuitputtelijk.
Die financiële ‘push’ gecombineerd met het feit dat ook je directe medestudenten inmiddels wat serieuzer beginnen te worden, maken dat je de geest krijgt en dat tentamens ineens wel te halen blijken en niet eens met hele onbehoorlijke cijfers. Dat maakt ook dat je met een ander gevoel op de eerder genoemde recruitmentactiviteiten staat en er misschien zelf wel eentje organiseert. Duidelijk wordt dat het gaat om het ‘totaalplaatje’ als je straks aan tafel zit bij een potentiële werkgever, wat dat ook precies zijn moge.
Je, met een mooi woord aangeduide, ‘loopbaanoriëntatie’ heeft steeds concretere vormen gekregen en je weet inmiddels aardig wat je na je afstuderen zou willen doen en vooral ook waar. We zitten inmiddels aan het einde van je vijfde jaar studeren en komende maand haal je de bachelor. Je keuze voor een master stem je af op de eerder genoemde uitkomst van je loopbaanoriëntatie. Verder neem je je heilig voor echt te gaan ‘knallen’ en besluit ook nog iets juridisch inhoudelijks naast je studie te gaan doen. Maar gezien je studieverloop tot nu toe is de kans op een student-assistentschap klein en besluit je, via je netwerk natuurlijk, een aantal maanden rechtswinkelier te worden. Het buitenland zit er daardoor helaas niet meer in, maar al met al ben je niet geheel ontevreden met hoe je lijst en cv er uiteindelijk uitzien. Nu maar hopen dat aan de verwachtingen van een eventuele toekomstige werkgever kan worden voldaan. Je vrienden, maar vooral je ouders vinden het nodig om zo vlak voor dat het grote solliciteren gaat beginnen, ook nog maar eens duidelijk te maken hoe leuk ze het zouden vinden als je voor dat prestigieuze kantoor, op die specifieke sectie en voor dé partner op dat vakgebied zou gaan werken. Kortom, de verwachtingen zijn misschien ietwat veranderd, maar nog steeds niet naar beneden bijgesteld. Is dat nou allemaal wel zo realistisch? Je zit nog steeds in die spagaat.
Je weet precies hoe de procedure verloopt bij het kantoor waar je jouw stukken instuurt. Als je dat voor dinsdag doet, heb je vrijdag je eerste gesprek, aan het begin van de week daarop volgend het assessment en die vrijdag erna gesprek nummer twee. Met een beetje geluk weet je dan nog voor het weekend, en anders vlak daarna, of je een aanbod krijgt om te komen werken. Je bent goed voorbereid en hoopt de juiste verwachtingen van het gesprek te hebben. Allemaal waar en allemaal goed om te weten. Waar het uiteindelijk echter om gaat is dat je enthousiast bent. Enthousiast voor de baan waar je naar solliciteert, dat je enthousiast bent over de studie die je hebt gedaan en vooral ook dat je enthousiast bent over de nevenactiviteiten die je hebt ontplooid. Zodat voor je gesprekspartners duidelijk wordt dat je rechten hebt gestudeerd, omdat je echt geïnteresseerd was. Voor hen moet duidelijk worden dat de commissies en andere activiteiten op je cv voort komen uit enthousiasme, omdat je gezelligheid vond bij de studievereniging of omdat je oprecht andere mensen wilde helpen. Wanneer dat de daadwerkelijke redenen zijn geweest voor de keuzes die je tijdens je studententijd hebt gemaakt, zal het je niet veel moeite kosten je enthousiasme over te brengen en de gesprekspartners te overtuigen van je drijfveren en capaciteiten. Kun je dat niet, omdat je bij het doen van commissiewerk of het schrijven van het advies voor die gescheiden bijstandsgerechtigde vrouw bij de rechtswinkel alleen met je eigen cv bezig was, dan zou het zo maar kunnen dat de spagaat voortduurt en dat het lastig wordt een baan te vinden. Oprecht enthousiasme geeft je de veerkracht om in dat o zo belangrijke sollicitatiegesprek uit die spagaat te komen, te laten zien wie je bent en een baan binnen te slepen die ook daadwerkelijk bij je past. De moraal van dit verhaal? Zorg dat je de dingen die je in je studententijd doet, zowel je studie als de nevenactiviteiten vanuit je eigen enthousiasme ontplooit en niet van vanwege de verwachtingen van anderen of de zucht naar het perfecte cv. Dat zal je volgens mij uiteindelijk namelijk niet echt helpen. Succes met solliciteren!
Etienne Dijkhorst
